Zondag 15 februari
Morgendienst 10:00 uur
Ps. 116:1, 10
Wetslezing
Ps. 39:8
Schriftlezing Johannes 12:1-11
Ps. 133:1, 2, 3
Ps. 73:12
Ps. 23:3
Tekst voor de prediking: Johannes 12:7
Jezus dan zeide: Laat af van haar; zij heeft dit bewaard tegen den dag Mijner begrafenis.
Thema: De liefde van Maria voor de lijdende Zaligmaker
1 hoe die liefde wordt getoond
2 hoe die liefde wordt gehoond
3 hoe die liefde wordt gekroond
Besprekingsvragen bij de preek
Voor de kinderen
1 Waarom lezen we wel dat de Heere Jezus gehuild heeft maar niet dat Hij gelachen heeft? Zou Hij weleens gelachen hebben?
2 De zalf kostte 300 penningen. En 1 penning was het gemiddelde dagloon van een arbeider. Hoe duur zou die zalf nu ongeveer zijn geweest?
3 Waarom ergerde Judas zich zo aan Maria?
Voor de ouderen
4 Op wat voor manier toont Maria in deze daad haar geloof?
5 Hebben de discipelen ergens geen gelijk? Dit is toch verspilling?
6 De theologen van de Nadere Reformatie hebben een onderscheid gemaakt tussen de zekerheid en de verzekerdheid van het geloof, tussen de uitgaande daad van het geloof en de wederkerende daad. Leg dat eens uit?
Middagdienst 17:00 uur
Ps. 119:88
Schriftlezing Johannes 10:22-42
Ps. 80:11
Geloofsbelijdenis
Ps. 89:10, 14
Ps. 17:3
Ps. 68:5
Tekst voor de prediking: Dordtse Leerregels hoofdstuk V, art 6-8
6. Want God, Die rijk is in barmhartigheid, neemt, naar het onveranderlijk voornemen der verkiezing, den Heiligen Geest van de Zijnen, ook zelfs in hun droevig vallen, niet geheel weg, en laat hen zover niet vervallen, dat zij van de genade der aanneming en van den staat der rechtvaardigmaking uitvallen, of dat zij zondigen ten dode, of tegen den Heiligen Geest, en, van Hem geheel verlaten zijnde, zichzelven in het eeuwig verderf storten.
7. Want eerstelijk, in zulk vallen bewaart Hij nog in hen dit Zijn onverderfelijk zaad, waaruit zij wedergeboren zijn, opdat het niet verga, noch uitgeworpen worde. Ten andere vernieuwt Hij hen zekerlijk en krachtiglijk door Zijn Woord en Geest tot bekering; opdat zij over de bedreven zonden van harte, en naar God, bedroefd zijn; vergeving in het bloed des Middelaars, door het geloof, met een verbroken hart, begeren, en verkrijgen; de genade van God, Die nu met hen verzoend is, wederom gevoelen; Zijn ontfermingen en trouw aanbidden; en voortaan hun zaligheid met vrezen en beven des te naarstiger werken.
8. Alzo verkrijgen zij dan dit, niet door hun verdiensten of krachten, maar uit de genadige barmhartigheid Gods, dat zij noch ganselijk van het geloof en de genade uitvallen, noch tot het einde toe in den val blijven of verloren gaan. Hetwelk, zoveel hen aangaat, niet alleen lichtelijk zou kunnen geschieden, maar ook ongetwijfeld geschieden zou. Doch ten aanzien van God kan het ganselijk niet geschieden; dewijl noch Zijn raad veranderd, noch Zijn belofte gebroken, noch de roeping naar Zijn voornemen herroepen, noch de verdienste, voorbidding en bewaring van Christus krachteloos gemaakt, noch de verzegeling des Heiligen Geestes verijdeld of vernietigd kan worden.
Zie voor een eenvoudige hertaling van de Dordtse Leerregels
https://www.dordtse-leerregels.nl/
Korte samenvatting van deze artikelen
art 6 God neemt de Heilige Geest niet helemaal weg van de Zijnen
art 7 God houdt het nieuwe leven in stand en verlevendigt het
art 8 Als het aan hen lag, zouden Gods kinderen nog verloren gaan, maar dat staat God niet toe
Thema: God bewaart de Zijnen
1 voor het verlies van Zijn genade
2 bij het voornemen van Zijn genade
Besprekingsvragen bij de preek
Voor de kinderen
1 Denk je dat Petrus gedacht heeft dat hij toch nog verloren zou gaan, nadat hij de Heere Jezus verloochend had?
2 Hoe komt het dat hij niet verloren is gegaan?
3 Iemand zei: 'over de verkiezing kan ik alleen maar zingen'. Wat bedoelde hij?
Voor de ouderen
4 In artikel 6 staat de uitdrukking: 'zondigen ten dode'. Wat betekent dat?
5 Leg aan de hand van deze artikelen uit waarom de Heere de Alfa en de Omega wordt genoemd, het begin en het einde?
6 Artikel 7 spreekt over de bekering na ontvangen genade. De Heere Jezus zegt in Lukas 22:32 tegen Petrus: 'Als gij eens bekeerd zult zijn, zo versterk uw broeders'. De oude theologen maakten een onderscheid tussen een eerste bekering, een tweede bekering en een dagelijkse bekering. Probeer dat eens uit te leggen?